De aanloop naar de Tweede Wereldoorlog is lang en ingewikkeld. De sluimerende ontevredenheid in Duitsland bleek een ideale voedingsbodem voor duistere machten om een groot leger op te bouwen en een heel volk de oorlog in te sturen. Oostenrijk werd zonder noemenswaardige problemen toegevoegd aan het Duitse Rijk en in 1939 werd Polen binnengevallen. Engeland verklaarde Duitsland de oorlog en in Nederland hield de bevolking de adem in. Zou het mogelijk zijn om neutraal te blijven, en geen deel te nemen aan de oorlog ? In Mei 1940 werd Nederland net als België en Frankrijk aangevallen door de Duitsers. De Nederlandse troef, de waterlinie, bleek een achterhaald middel om de invasiemacht te stoppen... Duitse parachutisten werden ver achter de waterlinie gedropt en namen strategische punten in.

Nog in het begin van de oorlog leed de Betuwe schade toen de kerktoren van Opheusden werd opgeblazen door de terugtrekkende Nederlandse troepen. Ze wilden voorkomen dat de Duitsers de toren als observatiepost zouden gebruiken. Na het bombardement op Rotterdam capituleerde het Nederlandse leger. Het Duitse dreigement om ook andere Nederlandse steden, zoals Utrecht, plat te bombarderen had de doorslag gegeven.
De rust keerde weer in de Betuwe. Er waren af en toe patrouilles, maar de Duitsers hielden zich voornamelijk op in de grotere steden. Wel werden er in de eerste oorlogsjaren gezinnen uit de kustprovincies ondergebracht in de gemeenschappen; de Duitsers waren begonnen aan het bouwen van hun Atlantische Muur ! De schaarste die in de Randstad en het Westen uitbrak was in het groente-, fruit- en veerijke Betuwse minder voelbaar al ging alles naar verloop van tijd op de bon.

In September 1944 begon operatie Market Garden. Duizenden Parachutisten uit Amerika, Engeland en Polen sprongen Nederland binnen en de eerste dorpen werden bevrijd. Dit gebeurde in het Zuiden van Nederland, bij Eindhoven, Nijmegen en langs de hele route die vanuit België naar Arnhem voerde. De Amerikaanse Parachutisten van de 82ste en de 101ste Luchtlandings Divisies bevrijdden ook grote steden zoals Eindhoven. Er werd door hen hard gevochten in en om andere plaatsten zoals in Best, Eerde en Sint Oedenrode. Ze veroverden de weg naar Arnhem, Hells Highway. Langs de route rukte het Britse XXX-Corps op over de zo belangrijke bruggen. De geallieerde troepen hadden de grootst mogelijke moeite om het tijdsschema aan te houden in het enthousiaste land met de zwarte klei...

Nadat de hele weg tot Arnhem was veroverd lukte het uiteindelijk niet om Arnhem zelf te bevrijden. Het Britse Luchtlandingsleger, geholpen door de Poolse Parachutisten Brigade, leed zware verliezen tegen een Duitse overmacht die sterker bleek dan men had gedacht. De overlevende soldaten probeerden bij Oosterbeek over de Rijn terug te komen naar het gedeelte van Nederland dat wel bevrijd was. In Oktober 1944 kwamen de Amerikaanse Parachutisten aan in het gebied tussen de Waal en de Rijn, het stuk land dat wij de Betuwe noemen. De Amerikanen noemden het echter 'Het Eiland' (The Island) omdat ze het gevoel hadden tussen de twee rivieren 'op een eiland' te zitten. Ze werden continu beschoten vanaf de andere kant van de Rijn, waar de Duitsers hun 88mm geschut op de heuvelrug hadden neergezet; zo konden ze over het hele 'Eiland' uitkijken en schieten op alles wat ze wilden raken. Ook op het eiland werden de Amerikaanse soldaten uit het Westen (Opheusden) en het Oosten (Driel) aangevallen door de Duitsers. Maandenlang werd er gevochten, zelfs in 1945 nog in en rond Hemmen !!
Het aanvankelijke enthousiasme van de bevolking kreeg een deuk door de lange strijd op The Island. Er werden dijken doorgebroken, huizen vernietigd, vee gedood... en er waren evacuaties. De hemelsblauwe lucht van 17 September, en het mooie groene weiland waar de parachutisten in neergekomen waren, maakten plaats voor grijze Hollandse luchten en schuttersputjes die met modder en water waren gevuld. Het was nog lang geen bevrijdingsdag voor de Betuwe !