Types parachutes
De oudste parachutes hadden de vorm van een van een halve bol. (vandaar de bijnaam: 'bolletjes').
Het voordeel van deze parachutes is dat er nagenoeg geen storingen optreden. Het nadeel van deze parachutes
is dat je bij bijna alle landingen een rol moet uitvoeren om niks te breken. Dit heet de para-landing fall.
Op deze manier van neerkomen werd gedurende de opleiding van de Amerikaanse Paratroopers hardnekkig getraind;
er werd van stapels pallets afgesproken en soms zelfs uit de laadbak van een rijdende vrachtwagen !! Ook
had de kleur van de parachute soms een speciale betekenis, zoals tijdens D-Day; kwam er een pakket aan een
blauwe parachute naar beneden dan zat daar eten in (rantsoenen), was het een rode of gele parachute: munitie !
Tijdens D-Day sprongen de Amerikaanse Parachutisten met groene parachutes in camouflagepatroon, met witte
of met groene parachutes.
De bekende halfronde parachutes zijn tegenwoordig vervangen door de modernere matrasvormige parachutes,
die veel beter te besturen zijn en meer lift hebben bij de landing. Ook hebben deze parachutes een grotere
voorwaartse snelheid zodat een grotere (horizontale) afstand kan worden afgelegd als dat nodig is om de
landingsplaats ("dropzone") te bereiken.
Toch worden er nog door diverse strijdmachten nieuwe types 'bolletjes' gebruikt, zoals jaarlijks te zien is
bij de droppingen op de Ginkelse Heide (in September) en in het buitenland zoals bij de jaarlijkse Parachutage
nabij Ste Mere Eglise (in Juni).
Werking van de parachute
Een parachute vertraagt de snelheid van de parachutespringer doordat de luchtweerstand als de parachute opengaat
veel groter wordt. Er wordt begonnen door een klein parachuutje uit te werpen, de "pilot chute". Aan de pilot
chute zit een lijn (een bridle) die de "bag" met daarin de hoofdparachute uit het "rig" (de rugzak) trekt. De
hoofdparachute wordt uit de bag getrokken. De cellen van de parachute lopen vol met lucht, waardoor een profiel
zoals dat van een vliegtuigvleugel wordt gecreëerd. Vanaf dat moment kan de parachutist sturen door aan zijn
stuurlijnen te trekken.
Bij een sprong uit een Militair vliegtuig (zoals uit de C-47 Dakota tijdens WW2) werd er gebruik gemaakt van de
Static Line Er liep een ijzeren kabel in het vliegtuig die langs het plafond was gespannen waaraan de Paratrooper zijn static line haakte die weer verbonden was met de tas op zijn rug (waar de Parachute in zat).
Bij de sprong uit het vliegtuig kwam de lijn naar de parachutetas strak te staan en rukte de parachute
uit de tas zodat het valscherm geopend werd. Het was mogelijk dat een parachute zich niet helemaal opende en ging
'wapperen'. Zo'n niet goed geopende parachute noemen we een 'streamer'. De parachutist moest dan vertrouwen op zijn
reserveparachute, die op de buik werd gedragen. Sommige sprongen werden echter zo laag bij de grond uitgevoerd dat er
bijna geen tijd was om de reserveparachute te openen. Ook werd er door sommige mogendheden of groepen geheel zonder
reserveparachute gesprongen.Als de parachute opengaat oefenen de draden van de parachute gedurende korte tijd een grote
opwaartse kracht uit op
de vallende parachutespringer, waardoor de snelheid sterk afneemt. Deze kracht is meerdere malen de sterkte van de
zwaartekracht. Dit wordt de openingsschok genoemd. De draden moeten daarom zeer sterk zijn. Voor de springer is het
voelen van de openingsschok een bevestiging dat de parachute open is gegaan.