- -

Bart

Het is 30 april, Koninginnedag in Beekbergen.
Ook hier wordt de Bevrijding door de Canadezen uitbundig gevierd. Ieder huis heeft voor dit tweeledig doel een Nationale Driekleur aan de pui, slierten met kleine vlaggetjes en veel borden met teksten bestemd voor de op onze voertuigen in het defilé meerijdende Bevrijders van toen.

Opvallend veel jeugd; een aantal jongens tussen de 8 en ik schat 14 jaar, spelen soldaatje. U weet wel, een beetje zwart gezicht, vermaakte legerkleding en een baret van wijlen opa. Een toevallig groene rugzak van school maakt de uitrusting compleet. Jammer, dat het etui met kleurpotloden nog zichtbaar was. Een van die apen komt naar mijn Dodge en vraagt of het voertuig van mij is. "Jawel soldaat", antwoord ik en dat antwoord neemt het laatste beetje schroom weg. "Mag ik met u meerijden, meneer, ik heb dat altijd al zo graag gewild?" Ik knik bevestigend en verzoek hem via de dissel van mijn waterwagen aan bord te klauteren. Dat ging snel, hij is leniger dan zijn chauffeur. Na een paar minuten rijden merk ik dat vriendjes langs de route hem aanspreken met Bart. Bart kent iedereen en iedereen kent Bart. Maar dat gaat zo in kleine gemeenschappen. Vriend Wouter vraagt of hij met Bart mag meerijden. Natuurlijk. Binnen een kwartier heb ik een half peloton "soldaten" aan boord en die vragen de oren van mijn hoofd. "Alles beantwoorden" zeg ik in mijzelf, dit zijn tenslotte de leden van de toekomst..............

Bijna terug bij het startpunt van het defilé ontwaardde ik een oude Nederlandse man gezeten in een krakkemikkege tuinstoel langs de weg. Vanzelfsprekend genoot hij van de eerste voertuigen van het defilé; zijn kleindochter had haar handen op zijn schouders gelegd, alsof zij hem tot geestelijke rust wilde masseren. De Jeep voor mij met de vader van Hendrik van Oorspronk aan het stuur, was het eerste voertuig met een Bevrijder van toen op de bijrijdersstoel. De veteraan genoot zichtbaar van de aan zijn adres gerichte toejuichingen en steeds maar weer opklinkend applaus. En terecht. Plots loopt de kleindochter naar de Jeep en houdt deze staande; zij wisselt een paar woorden met de Canadees en vervolgens staat de oude Nederlandse man op uit zijn ereloge op de stoep. Liefdevol geholpen door zijn kleindochter strompelt hij naar de Canadees; ze praten even met elkaar en vallen elkaar dan in de armen................
Bart vraagt wat aan mij, maar ik kan even niets zeggen! De oude baas draagt nu voor mij zichtbaar het Nederlands Verzetskruis en neemt bewogen zijn plaats weer in. Het Jeepje trekt op en ik rij stapvoets tot ik oogcontact heb met de bejaarde Nederlandse held. Ik steek mijn duim op, zo van: "Ik ben trots op u, ik hou van dit soort mensen". Gelijktijdig zag ik zijn gerimpelde, verweerde gezicht vol tranen. Het gutste er werkelijk uit. Ik kijk recht vooruit of eigenlijk een beetje naar links en wil niet dat Bart mij bij zijn volgende vraag in de ogen kijkt; ze zijn effe een beetje nat................

Rob van't Oost

Terug